Klinische Observatie

Klinische Observatie

Pieter Baan Centrum voor jongeren

In Forensisch Centrum Teylingereind zit De Dijk, de landelijke afdeling voor klinische observatie van jongeren. Een observatie op De Dijk is te vergelijken met het Pieter Baan Centrum voor volwassenen. Jongeren verblijven hier zeven weken.

GA SNEL NAAR:

Teylingereind heeft als enige justitiële jeugdinrichting in Nederland een klinische observatieafdeling: De Dijk. Deze afdeling heeft plaats voor acht jongeren tussen de 12 en 23 jaar. Een rechter kan beslissen een jongere op deze afdeling te plaatsen in het kader van een Pro Justitia rapportage. Ook de directeur van een JJI kan een observatie aanvragen voor advies in het kader van een lopende PIJ-maatregel. Over die plaatsing beslist de Divisie Individuele Zaken (DIZ) van de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI).

De Dijk is uniek omdat we jongeren zeven weken lang observeren in een klinische setting én in een zo natuurlijk mogelijke leefomgeving op een groep. Dat is vergelijkbaar met het onderzoek voor volwassenen in het Pieter Baan Centrum. Het is de meest uitgebreide vorm van Pro Justitia-onderzoek voor jongeren met complexe problematiek. In sommige zaken is het bovendien mogelijk om (delen van) een onderzoek met medeverdachten in dezelfde setting uit te voeren.

Het doel is helder: de observatie leidt tot een Pro Justitia rapportage of een advisering over de PIJ-maatregel.

Programma en onderzoeksteam

De jongeren doorlopen in zeven weken een 24-uursprogramma waarin ze intensief worden onderzocht en geobserveerd door een multidisciplinair team. Dit team bestaat uit (kinder- en jeugd)psychiater, GZ-psycholoog, vaktherapeuten, docenten en pedagogisch medewerkers. Een milieuonderzoeker rapporteert over de gezinsachtergrond en omgeving van de jongere. Ook kijken we altijd naar lichamelijke en medische zaken, intelligentie en onderwijsniveau en doen we een risicotaxatie. Op indicatie raadplegen we externe (medische) specialisten.

In de praktijk werken we met een vaste structuur. Nieuwe jongeren stromen meestal op donderdag in. Tijdens de intake wordt direct duidelijk gemaakt dat de observatieperiode is gestart. In de eerste weken delen we de eerste indrukken in het team en stellen we observatiedoelen op. De eerste twee weken observeren we breed: hoe richt een jongere het leven op de afdeling in, welke patronen zien we, hoe is het contact met anderen? Daarna wordt de observatie steeds meer gekaderd door de onderzoeksvragen van de onderzoekers.

De observatie leidt tot een rapport aan de opdrachtgever met daarin een advies over diagnostiek, de eventuele relatie met het tenlastegelegde, het recidivegevaar, de noodzaak van behandeling en het strafrechtelijk kader. In de zevende week komt alles samen en worden de vragen van de rechtbank beantwoord: is er sprake van een stoornis, is er een verband met het ten laste gelegde, en kan behandeling het risico op recidive verminderen? Ook wegen we mee welk strafrechtelijk kader het meest passend is. Als een jongere geplaatst is in het kader van de hem opgelegde PIJ-maatregel adviseren we de directeur van de inrichting over behandelmogelijkheden en een eventueel verlengingsadvies.

De meerwaarde van klinische groepsobservatie

Het bijzondere aan De Dijk is dat we gedrag kunnen observeren in een groep, in een zo natuurlijk mogelijke leefomgeving. Jongeren weten vaak dat ze worden geobserveerd en nemen zich soms voor om “goed gedrag” te laten zien. Maar door het 24-uursprogramma, de voortdurende aanwezigheid van medewerkers en de groepsdynamiek, laat gedrag zich in de praktijk meestal toch zien. Dat maakt De Dijk een belangrijke aanvulling op ambulant onderzoek, juist bij jongeren die moeilijk te onderzoeken zijn of eerder niet wilden meewerken.

Zo houden we de observatie zo objectief mogelijk

We werken met mensen. Dan spelen gevoelens en indrukken altijd mee. Daarom borgen we objectiviteit heel bewust:

  • We beschrijven gedrag zo concreet mogelijk in dagelijkse rapportages.
  • We blijven met elkaar in gesprek over wat we zien: inhoud én relatie (wat is van de jongere en wat raakt aan jezelf?).
  • Het team krijgt zo min mogelijk informatie vooraf over de verdenking en achtergrond, om zo onbevooroordeeld mogelijk te kunnen observeren.

Vaste momenten van voor- en nabespreken, overdracht en jongerenbespreking helpen om scherp te blijven op het observatieproces.

Veiligheid en ondersteuning op de afdeling

We werken op het scherpst van de snede. Voordat een jongere komt, maken we een veiligheidsinschatting. Als er bijzonderheden zijn, delen we die met het team. Tegelijk blijft het uitgangspunt: zo objectief mogelijk observeren, met zo min mogelijk “kleuring” vooraf. Veiligheid is leidend. Soms is extra inzet nodig om die veiligheid te kunnen bieden. Medewerkers staan er niet alleen voor: senior collega’s en methodiekcoaches bieden nabijheid en ondersteuning, zeker bij zware of mediagevoelige casuïstiek.

YOUTURN

Binnen alle JJI’s wordt er gebruik gemaakt van YOUTURN. Dit is een methodiek die erop gericht is jongeren te leren verantwoordelijk te denken, zich verantwoordelijk te gedragen en elkaar daarbij te helpen. Op de observatieafdeling gebruiken we deze methode in een aangepaste vorm, zodat we het ook kunnen inzetten als observatiemethodiek. We besteden daarbij extra aandacht aan systeembenadering, risicotaxatie en intelligentieonderzoek.

Vanuit onze dagelijkse rapportages wordt het groepsverslag geschreven. Dit groepsverslag wordt door het onderzoeksteam meegenomen in de uiteindelijke diagnostiek. Na 7 weken volgt het advies en komen de psychiater en psycholoog de jongere vertellen welk advies er naar de rechtbank gaat.

Ouders en systeem betrekken in de observatie

Naast reguliere bezoekmomenten en belmomenten kan een systeemobservatie onderdeel zijn van het observatieonderzoek. Hiervoor wordt de familie, vaak de ouders, uitgenodigd. Ook de milieuonderzoeker brengt de levensgeschiedenis en de omgeving van de jongere in kaart. Zo ontstaat een completer beeld van de jongere en zijn of haar context.

Mediagevoelige zaken

Op De Dijk komen regelmatig mediagevoelige zaken voorbij. Juist dan is het belangrijk om ons niet te laten beïnvloeden door ‘de ruis’. Daarom houden we vast aan onze vaste structuren: voor- en nabespreken, overdracht en jongerenbespreking. We blijven gedrag zo feitelijk mogelijk observeren en rapporteren.

Welke jongeren komen er op de observatieafdeling?

In het kader van de Pro Justitia rapportage gaat het om de volgende jongeren:

  • Jongeren die ernstige strafbare feiten hebben gepleegd.
  • Jongeren die moeilijk te onderzoeken zijn.
  • Jongeren met mediagevoelige zaken.
  • Jongeren die een groepsdelict gepleegd hebben (het is ook mogelijk om samen met medeverdachten te observeren).
  • Jongeren bij wie een vraagstelling bestaat die niet te beantwoorden is in een ambulant onderzoek.
  • Jongeren met psychische problemen of gezinsproblematiek.
  • Jongeren waarbij groepsdynamische diagnostiek en interactieobservatie nodig is.
  • Jongeren die verdacht worden van onverwachte, slecht bij de persoon passende, ernstige feiten of ‘out of the blue’ delicten, al dan niet in het kader van solo daderschap.
  • Jongeren met een voorgeschiedenis met hulpverlening.
  • Jongeren waarbij familie kan worden betrokken in het onderzoek.
  • Jongeren voor wie nader specialistisch onderzoek of proefbehandeling zijn aangewezen.
  • Als contra-expertise.

Voor de PIJ-maatregel gaat het om:

  • Jongeren met een gestagneerde behandeling.
  • Het geven van advies over verlenging van de PIJ-maatregel.
  • Het actualiseren van de diagnostiek van een jongere.
  • Het onderzoeken van behandelmogelijkheden.

Wachtlijst en planning

Er zijn wachtlijsten. We proberen zo snel mogelijk een jongere te plaatsen. Daarbij is het belangrijk dat het onderzoek ook rond te krijgen is met de externe onderzoekers. Daar investeren we voortdurend in. Tegelijk blijft veiligheid leidend: soms is extra personeel nodig om een plaatsing verantwoord te kunnen doen.

Doorontwikkeling en kwaliteit

We blijven de komende jaren streven naar kwalitatief hoogwaardige rapportages, zodat de rechtbank goed onderbouwd kan besluiten. Dat vraagt om blijvende aandacht voor teambezetting, deskundigheidsbevordering en training. Ons doel is om iedere jongere zo goed mogelijk in beeld te krijgen en een zorgvuldig advies te geven, zodat een jongere uiteindelijk op een passende plek terechtkomt en de juiste begeleiding of behandeling krijgt.

Jongeren aanmelden

Via het NIFP kan een psychiater of psycholoog, na een trajectconsult, adviseren een jongere op de observatieafdeling te plaatsen. Ook een ambulante Pro Justitia rapporteur kan dat advies geven. Het openbaar ministerie kan vervolgens een plaatsing vorderen. De rechter bepaalt daarna of de jongere inderdaad geplaatst wordt. Ook de directeur van een JJI kan een plaatsing aanvragen. Daarover beslist de Divisie Individuele Zaken (DIZ) van Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI).

Voor het aanmelden van jongens, informatie over de wachtlijst of een andere vraag over de observatieafdeling, kunt u contact opnemen met de jongerenadministratie op 071-305 55 33 of via aanmeldingen@teylingereind.nl.

De volgende groepen zijn een Klinische Observatie groep