Straffen en maatregelen

Straffen en maatregelen

Jeugdstrafrecht ten uitvoer

De rechter bepaalt of een jongere een straf of maatregel krijgt. Maar wat betekent dat precies? Wat is ‘voorlopige hechtenis’, ‘jeugddetentie’ en een ‘PIJ-maatregel’? Wij leggen het u graag uit.

GA SNEL NAAR:

Straffen en maatregelen

In de justitiële jeugdinrichtingen (JJI’s) en kleinschalige voorzieningen justitiële jeugd (KVJJ’s) worden de vrijheidsbenemende straffen en maatregelen uit het jeugdstrafrecht ten uitvoer gelegd. Het gaat daarbij om voorlopige hechtenis, jeugddetentie en plaatsing in een inrichting voor jongeren (de zogenaamde PIJ-maatregel).

Het jeugdstrafrecht wordt toegepast op jongeren die op het moment van het plegen van een delict tussen 12 en 18 jaar oud zijn. Jongeren van 18 jaar en ouder worden in principe volgens het volwassenenstrafrecht berecht en in een penitentiaire inrichting (PI) geplaatst. Als de verdachte of de omstandigheden waaronder het feit is begaan hiertoe aanleiding geven, kan de rechter i.h.k.v. adolescentenstrafrecht (ASR), besluiten om het jeugdstrafrecht toe te passen op jongeren van 18 tot 23 jaar (ten tijde van het plegen van het delict; artikel 77c Wetboek van Strafrecht). Doordat er flexibel wordt omgegaan met de leeftijdsgrens in het jeugdstrafrecht en het gewoon strafrecht kan er beter rekening worden gehouden met de persoonlijke omstandigheden en ontwikkelingsfase van een jongere.

Voorlopige hechtenis

Met betrekking tot voorlopige hechtenis van jongeren, hanteert de rechter het uitgangspunt ‘schorsen tenzij’. Dit betekent dat jongeren die als voorlopig gehechten in een JJI of KVJJ worden geplaatst, doorgaans verdacht worden van veel en/of ernstige strafbare feiten. De duur van de voorlopige hechtenis varieert. De voorlopige hechtenis eindigt als bijvoorbeeld de wettelijke termijn voor de inbewaringstelling of gevangenhouding afloopt en er geen verlenging wordt gevorderd of bevolen. De voorlopige hechtenis eindigt ook als deze wordt geschorst of wordt opgeheven nadat de uitspraak van de strafrechter onherroepelijk is geworden.

Naast reguliere voorlopige hechtenis, kan de rechtercommissaris in dit kader beslissen tot nachtdetentie. Nachtdetentie is een bijzondere vorm van voorlopige hechtenis, waarbij de jongere overdag naar school (of stageplaats), werk of een instelling voor dagbehandeling gaat en ’s avonds, ’s nachts en in het weekend in een justitiële jeugdinrichting of KVJJ verblijft. Het doel van nachtdetentie is het beperken van de schadelijke effecten van voorlopige hechtenis en het behouden c.q. versterken van de positieve banden met de samenleving. Nachtdetentie past in het beleid van de overheid dat is gericht op het terugdringen van recidive bij jongeren.

Jeugddetentie

In de leeftijd van 12 tot en met 15 jaar krijgen jongeren maximaal een jeugddetentie van 12 maanden opgelegd. Is een jongere 16 jaar of ouder, dan is de straf maximaal 24 maanden. De tijd die voorafgaand aan de straf in voorlopige hechtenis is doorgebracht, wordt in mindering gebracht op de uit te zitten jeugddetentie. Jeugddetentie kan ook worden opgelegd als vervangende straf bij een mislukte taakstraf of toezicht/gedragsbeïnvloedende maatregel, of bijvoorbeeld een onbetaalde geldboete of schadevergoedingsmaatregel. Ook ‘gijzeling’ (artikel 28 WAHV) wegens niet betaalde verkeersboetes wordt incidenteel in een JJI ten uitvoer gelegd. Dit houdt in dat de jongere wordt ingesloten in een JJI om hem/haar te dwingen de boete te betalen.

PIJ-maatregel

De PIJ-maatregel, (Plaatsing in een Inrichting voor Jongeren) is een behandelmaatregel voor jongeren bij wie er sprake is van een ontwikkelingsstoornis of psychische aandoening. In de volksmond heet de maatregel ‘jeugd-TBS’. In de meeste gevallen legt de rechtbank de maatregel op voor de duur van drie jaar, waarvan één jaar voorwaardelijk. Bij een geweldsmisdrijf of een zedenmisdrijf kan de maatregel (in blokjes van maximaal 2 jaar) maximaal verlengd worden tot zeven jaar, waarbij het laatste jaar voorwaardelijk is.

Een PIJ-maatregel eindigt dus altijd met een voorwaardelijke beëindiging. Dit betekent dat een jongere naar een geschikte woonplek gaat en gedurende een jaar begeleid wordt door de reclassering. De rechter kan besluiten hier aanvullende voorwaarden aan te koppelen. Als een jongere zich hier niet aan houdt, kan hij weer teruggeplaatst worden naar een JJI.

Mocht bij de maximale duur van de PIJ-maatregel worden geoordeeld dat de risico’s nog dermate hoog zijn dat recidive onvermijdelijk is, dan kan de rechter de PIJ-maatregel omzetten naar een TBS-maatregel met dwangverpleging.

Als een jongere gedeeltelijk (on)toerekeningsvatbaar wordt geacht, kan een PIJ-maatregel in combinatie met een jeugddetentie worden opgelegd. In dat geval zal de jongere eerst de jeugddetentie uitzitten, waarna de PIJ-maatregel start.

Eerst een klinische observatie

Om de juiste straf of maatregel te bepalen kan de rechter ook kiezen om eerst een observatietraject in te zetten. In Forensisch Centrum Teylingereind zit De Dijk, de landelijke afdeling voor klinische observatie van jongeren. Een observatie op De Dijk is te vergelijken met het Pieter Baan Centrum voor volwassenen. Jongeren verblijven hier zeven weken. In die tijd kijkt een team van deskundigen goed naar de jongere en naar wat er speelt. Op basis daarvan maken zij een pro Justitia-rapport. Het gaat om jongeren die worden verdacht van een of meer strafbare feiten en bij wie vaak sprake is van complexe problemen. Ook als een PIJ-behandeling is vastgelopen, kan een justitiële jeugdinrichting De Dijk vragen om een second opinion.