EQUIP in de praktijk
Er wordt gewerkt met een groep van zes tot negen jongeren en twee vaste trainers. In een residentiële instelling komt een EQUIP groep vijf keer per week bij elkaar. Het doorlopen van het hele programma duurt gemiddeld twintig weken. In een ambulante instelling komt een EQUIP groep één tot twee keer per week bij elkaar. Een ambulante instelling heeft de keuze wederzijdse hulpbijeenkomsten wel of niet op te nemen in het programma. Voor trainers is er een trainershandleiding en er zijn werkboeken voor jongens en voor meisjes.
Het preventieve programma ‘EQUIP voor het onderwijs’ bestaat uit 30 bijeenkomsten. De bijeenkomsten zijn met de gehele klas en worden begeleid door een docent die klassikaal thema’s introduceert. De leerlingen gaan verder zelfstandig aan het werk in kleine subgroepen.
Denkfouten en probleemnamen
Het EQUIP programma voorziet zowel jongeren als begeleiders in een gemeenschappelijke taal. Hierdoor worden onverantwoordelijke gedragingen (probleemnamen) en de gedachten en overtuigingen die daarachter zitten en het gedrag achteraf goedpraten (denkfouten) gemakkelijker onderwerp van gesprek. Deze probleemnamen en denkfouten zijn de rode draad van het EQUIP programma.
Denkfouten zijn foutieve gedachten en overtuigingen waaruit probleemgedrag kan voortvloeien. De vier denkfouten zijn:
- Egocentrisme
- Anderen de schuld geven
- Goedpraten / verkeerd benoemen
- Uitgaan van het ergste
Soorten EQUIP bijeenkomsten
Het EQUIP programma bestaat uit vier verschillende soorten bijeenkomsten:
- Wederzijdse hulpbijeenkomsten
- Omgaan met kwaadheid
- Sociale vaardigheden
- Morele ontwikkeling
Voordat met deze steeds terugkerende onderdelen wordt begonnen, vinden eerst drie introductiebijeenkomsten plaats.
Binnen alle bijeenkomsten geldt een aantal vaste regels en afspraken. Deze regels zorgen voor structuur en veiligheid binnen de groep.